Zonnebril voor de camera (ND filter) Zonneschijn, we verlangen er allemaal naar, is zowel tijdens de winter als de zomer de ideale partner om alles mooier te laten lijken. Als de zon wat te fel wordt zetten we allemaal een zonnebril op.
Op onze skitochten in de fel besneeuwde Alpen is het eerste wat we (na ons ondergoed), aantrekken, een zonnebril. Dat fel licht werkt immers teveel op onze ogen. Zonder zonnebril moeten we immers onze ogen tot spleetjes dichtknijpen om toch maar enigszins in het licht te kunnen kijken. Als we nu onze ogen vervangen door de camera(of fototoestel) dan zouden we bij (helder) weer en sterk zonlicht eigenlijk ook een zonnebril op ons toestel moeten plaatsen. Dit werd ook reeds verschillende keer gezegd tijdens de clubvergaderingen. Het is dan spijtig om toch te moeten vaststellen dat toch nog verschillende films vertoond werden waar deze goede raad in de wind werd geslagen. Het resultaat daarvan is ; minder of zelfs onscherpe opnames, overstraalde kleuren, bewegingen met een jitter effect, enz…

Natuurlijk kopen we geen echte zonnebril voor de camera, maar wel een ND filter. Deze accessoire is even onontbeerlijk als een reservebatterij. Hieronder geef ik een korte technische uiteenzetting om het gebruik van een ND filter te illustreren.

In de optica is een diafragma een (meestal ronde of veelhoekige) opening in de lichtbaan van een lens of objectief die een bepaalde hoeveelheid licht door kan laten of tegenhouden. Het midden van het diafragma valt samen met de optische as van de binnenvallende lichtbundel in het instrument of objectief.

Onze camera’s hebben een verstelbaar diafragma waardoor de hoeveelheid invallend licht kan worden veranderd. De iris is het diafragma van het menselijk oog. Bij een kleiner diafragma wordt de hoeveelheid doorgelaten licht kleiner en neemt de scherptediepte toe. Ook bepaalde lensfouten nemen af bij kleiner diafragma, daar tegenover staat dat bij kleiner diafragma bepaalde brekings- en buigingsverschijnselen ook weer toenemen, zodat voor de meeste objectieven geldt dat ze bij een lensopening van 2 à 3 stops onder de maximale opening optimaal functioneren. Randonscherpte en vignettering die bij volle lensopening (afhankelijk van de kwaliteit van het objectief in mindere of meerdere mater zichtbaar zijn) verdwijnen en ook de middenscherpte is optimaal. Naarmate de lensopening verder wordt verkleind, zal de scherptediepte wel toenemen, maar de scherpte in het scherpstelvlak niet, en vaak juist minder scherp worden. Persoonlijk probeer ik met mijn VX 2000 om een maximum diafragma te bekomen van f 5.6. Dan zit ik perfect in het middenbereik van mijn lens.

Wanneer ik nu zou filmen met een diafragma van f 11 zou ik nog maar een heel klein stukje gebruiken van mijn 58mm lens. De meeste kleinere camera’s hebben echter maar een lensdiameter van 43mm, 38mm of zelfs nog kleiner. Stel je dan het resultaat eens voor met dergelijk klein diafragma. Sommige camera’s gaan zelfs tot diafragma f22. De resultaten hiervan zijn ronduit bedroevend.
Daarom deze gouden raad.

Schroef zodra je buiten filmt in helder weer een ND filter op je camera. Deze filters bestaan voor alle gangbare filterdiameters. Voorwaarde is wel dat de cameralens schroefdraad heeft. De ND filters bestaan in verschillende gradaties.
ND 2 verminderd het licht met 1 stop
ND 4. Dat betekent 2 stops minder.
ND 8 doet er 3 stops af

Meestal volstaat een ND 4, maar een ND 8 kan in de zuiderse landen zeker geen kwaad. De ideale oplossing is de 2 filters mee te nemen op reis.Sommige camera’s hebben een ingebouwde ND filter, maar (in het geval van de VX 2000/2100) volstaat deze zelfs nog niet waardoor het aangewezen is om er nog een aparte filter aan toe te voegen.

Mario