Camera standpunten
Afwisselen van beelduitsnede is van groot belang.
Totaal, half totaal, close up, zijn de gebruikte beelduitsnedes. Als je volgens deze eenvoudige regeltjes filmt of fotografeert heb je later in montage nooit problemen om tot een boeiend resultaat te komen. Allemaal totaal opnames, hoe mooi ook, maken dat het resultaat een vlakke, oppervlakkige indruk geeft naar de kijker. Je kunt het boeiend maken door af te wisselen van beelduitsnedes, ook we cadrage genoemd.
Ik hanteer volgende regel, één scene, bijvoorbeeld in een stad, een pleintje, bestaat uit minstens 3 opnames.
1 Totaal opname om het geheel te situeren
1 Medium totaal, om wat dichter bij het onderwerp te komen
1 Close up of detail.
Dit is de minimum vereiste van één enkele scene. Meestal kom ik echter met heel wat meer details naar huis. Dus, één opname van één enkele scene en je krijgt zeker problemen in montage. Je kan ook die 3 schots tot 1 beperken door een inzoom te maken naar een detail. Vergeet immers niet dat het de details zijn die uw film of fotoreeks boeiend maken.
Om details te filmen heb je verschillende mogelijkheden. Je kan inzoomen, let wel op bij het filmen uit de hand. Maar je kan ook dicht bij het onderwerp gaan staan, en in groothoek werken. Het is immers niet zo dat je in groothoek geen detail kan nemen, en ook zeker niet zo dat elke télé opname een detail is.
Fotografie (compositie van het beeld) is echter ook zeer belangrijk. Storende elementen die niet bedoeld zijn dienen uit het beeld geweerd te worden. Voorbeeld, een mooie Romeinse tempelruïne waar je ergens in een hoekje een stukje van een reclamebord voor ijsjes ziet staan. Dergelijke kleine storende elementen zorgen ervoor dat het oog van de kijker in eerste instantie naar dit kleine detail getrokken wordt. Dan pas glijdt ons oog traag naar de rest van het onderwerp.
Personen, stambeelden, dieren, dienen altijd een kijkrichting te hebben, met genoeg ruimte. Zet daarom een persoon die uit beeld kijkt nooit over het midden van het beeld. Dan kijkt de persoon immers tegen de kant van het beeld en dat is uiteraard niet mooi.
Bij het filmen van personen die een ambacht uitvoeren dien je er zeer goed op te letten dat je zeker genoeg verschillende camerastandpunten inneemt. Op die manier kan je immers continuïteits problemen gemakkelijk oplossen. Voorbeeld, een man is bezig met een beeld te maken. In 4 verschillende totaalopnames zie je het beeld als het ware verspringen van grootte. Dit is verkeerd. Als je er daarentegen enkele close ups insteekt van bijvoorbeeld de handen, de ogen, het werkmateriaal, kan je op die manier de sprong volledig verdoezelen. Dit geldt uiteraard ook voor foto’s.
Lees, of bekijk, maar eens een beeldverhaal, je zal zien dat elk vakje een ander beelduitsnede krijgt. Een beeldverhaal kan je bekijken als een film, maar dan op papier. Voor opnames in steden en dorpen kan je nog enigszins filmen uit de hand. Met korte camerabewegingen kan je immers de onvaste hand wat verdoezelen.
Voor opnames in de natuur geld echter maar één regel. FILMEN OP STATIEF. Die mooie bergen, dat rustig riviertje, die koetjes in de wei, die mooie bloempjes, die mooie branding van de zee, die prachtige zonsondergang, MOET nu eenmaal vast en stabiel gefilmd worden. Hier heb je GEEN keuze. Niets is immers lelijker dan een berg die staat te bewegen, een horizon die nog meer zwalpt dan de zee , en bloempjes die bewegen alsof er een orkaan op blaast.
Hierbij ook nog een speciale vermelding dat de horizon horizontaal moet zijn. Niets is immers lelijker dan een scheve horizon, want dit is immers geen natuurlijk beeld. De Zee die leeg loopt, een landschap die gevaarlijk naar één kant afhelt, dit zijn allemaal zaken die in een behoorlijke film NIET kunnen. Probeer ook eens om speciale cameraposities in te nemen. Je krijgt je onderwerp in een volledig ander perspectief te zien.
Bij het filmen van kinderen, nooit uit het oog verliezen dat de opnames, (foto of film) op dezelfde hoogte van het kind moeten gebeuren. Op onze hoogte lijkt het immers dat we op hen neer kijken.